Ontnomen geluk

In stilte liet ik mijn tranen gaan en niemand die zich zorgen om mij maakte.
Ik probeerde het geschreeuw te blokkeren met mijn vingers in mijn oren,
maar het geschreeuw was te pijnlijk om het tegen te houden.
De pijn, is te lang door gegaan. Ik kon het niet meer aan.
Ik wilde vluchten, ver weg van jou. Ik wilde niet meer bij je zijn.
Ik was nog maar negen jaar jong, waar moest ik heen?
Dankzij jou verloor ik mijn onschuld, 
Dankzij jou ben ik voor het leven getekend.

Papa, ik hield echt van je. Je was mijn voorbeeld, de man tegen wie ik opkeek.
Waarom deed je dat papa, waarom?
Het lichaam van mama was bedekt met blauwe plekken.
Ik probeerde haar te beschermen tegen jouw woede, maar ik kon je niet aan.
Wanneer ik in je ogen keek zag ik woede en haat.
Je maakte ons het leven onmogelijk, papa.
Waarom liet je ons niet met rust? 
Waarom ging je niet gewoon weg?

Mama, waarom vergaf je hem altijd? Waarom liet je het zover komen? 
Mama, waarom ging je niet weg? Waarom bleef je bij dat beest?
Hij heeft ons leven kapot gemaakt, mama.

Ik zou me gelukkig willen voelen en alles uit het leven willen halen.
Ik had nu vader kunnen zijn, vader van een zoon van negen,
maar het verleden en de pijn zitten nog erg diep.
Ik kan van niemand meer houden, en ik kan niemand meer vertrouwen.
Ik krijg vaak complimenten over mijn uiterlijk, dat ik knap en er gezond uitzie.
Mijn glimlach schijnt geweldig te zijn en mijn ogen zouden stralen van geluk.
Dit is wat mensen zien, de mensen die mijn verleden niet kennen.

Het geluk is me ontnomen, 
het vaderschap is me ontnomen,
het houden van is me ontnomen,
het vertrouwen is me ontnomen,
en het leven is me ontnomen.
Gaat dit ooit veranderen? Ga ik ooit het zoet van het geluk proeven?
Ga ik ooit van mensen houden en mensen vertrouwen?
Ga ik ooit van dit leven genieten?